Personen S

 

Ton Schrader (engelandvaarder)

Geboren op 09 november 1917 te Soerabaja, Nederlands-Indië
Overleden op 08 november 2000 te Den Haag
Vertrokken op 08 oktober 1943
Aangekomen op 09 oktober 1943

Ton Schrader – ‘Vastberaden, grote moed, buitengewoon intelligent’

‘Deze jongeman van 26 jaar heeft het uiterlijk van een bedeesd en enigszins verwijfd ventje onder de 20. Dit uiterlijk is hoogst bedrieglijk, aangezien wij hier zonder twijfel te doen hebben met een vastberaden man, met grote moed en zeer buitengewone intelligentie.’ Aldus ’spycatcher’ Oreste Pinto nadat hij Ton Schrader gedurende 5 dagen scherp heeft ondervraagd. Schrader is op 9 oktober 1943 samen met 9 andere Engelandvaarders vanuit bezet Nederland in Engeland gearriveerd. 

Geen Engelandvaarder is zo langdurig verhoord als Ton Schrader. Tot op het laatst heeft Pinto enige twijfel over hem behouden: is hij niet tóch een spion van de Duitsers? ‘Zoals bekend is het geval Schrader reeds geruime tijd, zowel door den Engelsen als door onze dienst, van alle kanten gewikt en gewogen zonder dat het gelukte tot een definitieve conclusie te komen. Wel was het van het begin af aan duidelijk, dat in dit geval slechts twee uiterste mogelijkheden bestaan: óf Schrader verdient voor voortdurend, uitnemend en gevaarlijk werk voor de goede zaak iedere erkenning en onderscheiding die wij hem ten dele kunnen laten vallen, óf hij verdient de doodstraf. Een tussenweg is niet mogelijk.’

(Zie ‘Verhoor Anton Schrader’ onder de foto’s). 

Ton Schrader is op 9 november 1917 in Soerabaja (Ned. Indië) geboren. Vader Eduard is autohandelaar. Ton heeft twee oudere broers (Emile Max en Louis Eduard) en een jongere (Rudi). Het gezin woont in de Willemstraat 3 in Bandoeng. Ton volgt er de HBS-b en de Technische Hogeschool. Hij is in 1935 lid geworden van de NSB-organisatie ‘Jeugdstorm’, maar heeft zich eind 1936 laten uitschrijven toen duidelijk werd dat dit steeds meer een nationaalsocialistische organisatie werd. In 1938 overlijdt vader Eduard. In hetzelfde jaar behaalt Ton zijn diploma civiel ingenieur. Eind januari 1939 komt hij naar Nederland om aan de Rijksuniversiteit Utrecht indologie te studeren. Hij wordt vanwege deze studie vrijgesteld van militaire dienst.

Eind mei 1940 verhuist hij naar Den Haag om werk te zoeken. Hij woont voorlopig bij een vriend van zijn vader, ir. F.G. Dumas, in de 2e Schuytstraat 276. Op 31 augustus wordt hij assistent van A.P.H, Derksen, het hoofd van het zojuist opgerichte Bureau Grondstoffen, dat ressorteert onder het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening en onder leiding staat van de directeur-generaal ir. S.L. Louwers, een organisatie die nog in opbouw is en nog slechts 12 man in dienst heeft. Ton krijgt een salaris van 100 gulden per maand en een eigen kantoor in het pand Lange Voorhout 10. Hij gaat op kamers wonen bij mevrouw Chabot op de Laan van Meerdervoort 160.

Via kennissen bij de Ordedienst (een organisatie van ex-militairen) en de verzetsgroep ‘De Geuzen’ raakt hij zijdelings betrokken bij verzetsactiviteiten, zonder van deze groepen lid te worden. Ton levert onder meer ‘slagmateriaal’ voor gevechten met NSB’ers. In oktober ’40 helpt hij bij de verspreiding van het gedicht ‘Vliegers die genade kennen’ van ene ‘Jan van Oranje’. De Duitse politie vindt een exemplaar van dit schotschrift in de woning van ene Kaufmann in Delft. Die vertelt het blaadje te hebben gekregen van ene mejuffrouw Teerink uit Den Haag. Zij wordt gearresteerd en bekent het te hebben gekregen van ene Keasbury, die op hetzelfde adres woont als Ton Schrader. Keasbury vertelt de politie dat Ton het heeft doorgegeven.

Op 30 januari ’41 volgt Tons arrestatie, maar na enkele dagen ‘Oranjehotel’ komt hij voorlopig vrij. Het Landesgericht in Den Haag veroordeelt hem op 16 mei ’41 tot 3 weken hechtenis en 125 gulden boete. Door bemiddeling van zijn bazen bij het Bureau voor de Voedselvoorziening - Derksen en Louwers - hoeft hij echter niet de gevangenis in. Hij neemt zijn intrek op kamers in de Groot Hertoginnelaan 198 bij de familie Schouten.

Via een oom en een tante, de heer en mevrouw Van Arenthals in de Eiklaan in Den Haag, komt hij in contact met het gezin Burgwal in de Populierstraat 19. Ton gaat er regelmatig bridgen en eens per week rijsttafelen. In augustus 1941 wil de zoon van de Burgwals (Rudi) met zijn vrienden Theo Vrins, Erik Scheffer en Henk Klatt, allen uit Voorburg, proberen via de Noordzee naar Engeland te gaan. Via ene D. Mous kennen ze Maarten van Dorp in Schipluiden, die bereid is bij Bureau Grondstoffen extra benzine voor hen aan te vragen. Bij ‘Grondstoffen’ zorgt Schrader ervoor dat hun 100 liter benzine wordt toegewezen. Bij Schrader, die per 1 januari 1942 de volledige procuratie bij ‘Grondstoffen’ krijgt, ontstaat het idee een organisatie op te richten die mensen op weg helpt naar Engeland.
In de loop van 1942 bestaat zijn organisatie uit deze personen:

. Ir. Chr. L. van Steen, adjunct-directeur bij de Noordoostpolderwerken in Zwolle. Van Steen kan mensen daar veilig laten onderduiken. 
. S. van den Bent, onder-afdelingschef bij de Centrale Keukens in Den Haag. Hij laat personen in de keukens onderduiken en werken; ook verschaft hij goederen die onderweg naar Engeland van belang zijn.
. P.M. Bürmann, boer en lid van de Adviescommissie voor Vorderingen. Hij verzorgt onderduikers in het noorden van Nederland.
. Pier Meyer, scheepsbouwer op de Van Ravesteijnwerf in Leidschendam. Hij maakt samen met zijn broer Jo bootjes in het geheim zo zeewaardig mogelijk. 
. Dirk Boonstoppel, boer in Dubbeldam. Hij zorgt voor proviand en onderduikadressen en draagt kandidaten voor een overtocht naar Engeland voor.
. mevrouw Vrins-Otten, haar woning in Den Haag is een onderduikadres.
. C. Koole, beurtschipper in Schipluiden. Hij brengt bootjes voor de tocht naar Engeland met zijn ‘Nooit Volmaakt’ van de werf in Leidschendam naar het Haringvliet. Na de oorlog noemde Schrader Koole ‘de belangrijkste schakel’. 
. Maarten van Dorp, tuinder in Schipluiden. Hij zorgt voor voedingsmiddelen en heeft het contact tussen Schrader en Koole tot stand gebracht. 

Schrader geeft schipper Kees Koole via het Voedselbureau een vergunning waarmee hij met zijn ‘Nooit Volmaakt’ tot middernacht op het Haringvliet mag komen. Koole vaart geregeld van Zuid-Holland naar Zeeland om aardappelen te halen. Hij haalt op de Van Ravesteijnwerf bij de broers Meyer bootjes op die daar zo zeewaardig mogelijk zijn gemaakt. De bootjes krijgen een zegel op de kajuitjes, zodat het lijkt alsof het ‘controlevaartuigen’ van het Voedselbureau zijn. Dankzij de vergunning en het zegel kan Koole ongestoord Duitse controleposten passeren. Onderweg stappen de Engelandvaarders op een afgesproken plek in het ruim van de ‘Nooit Volmaakt’, waar ze zich achter aardappelzakken verbergen. Op het Haringvliet stappen ze in het bootje en gaan op weg naar Engeland. 

Het netwerk van Schrader en Koole heeft ten minste 72 mensen naar Engeland op weg geholpen, van wie er 47 zijn aangekomen. Dankzij de strakke organisatie door Schrader was het slagingspercentage bij het netwerk Schrader/Koole twee keer hoger dan gemiddeld. 

In februari 1945 wordt hij door de Duitsers gearresteerd, waarna Kriminaldirektor Joseph Schreieder van de Sicherheitsdienst probeert hem over te halen om voor de Duitsers te gaan werken. Hij geeft hun echter valse informatie. Zo maakt hij hen wijs dat de Duitse invasie zal plaatsvinden in de Duitse bocht. Op grond van deze misleiding haalt het Duitse leger drie pantserdivisies weg uit Normandië. Voor deze dienst aan de geallieerden wordt Ton door de Amerikaanse generaal Eisenhower voorgedragen voor de op één na hoogste Amerikaanse militaire onderscheiding: de Silver Star Medal. Die wordt hem door president Harry Truman verleend. 

Na de oorlog werkt Ton Schrader onder meer voor de gemeente Den Haag. Hij is op 8 november 2000 in Den Haag overleden.

Op 23 mei 2013 wordt aan de Sluiskant in Leidschendam een herinneringsbord onthuld waarop het verhaal wordt verteld over de Engelandvaarders die tijdens de Tweede Wereldoorlog via de Van Ravesteijnwerf in Leidschendam hulp hebben gekregen bij hun poging naar Engeland te ontkomen.

Foto 2: met onderduiker Bob Haye

Foto 3: S-phone was een toestel dat eind 1942 voor de Special Operations Executive (SOE) werd ontworpen om te kunnen communiceren tussen het verzet en de agenten van de SOE en later ook met de commando-eenheden aan de Franse kust. Ook kon er gecommuniceerd worden met onderzeeboten.
Foto 4: een unieke groepsfoto op de 25ste trouwdag van Kees en Cor Koole met Hein Louwerse, Nico van Hasselt, de broers Pier en Jo Meyer, Jaap van Grondelle, mevr. Koole (voorgrond, lichte jurk) naast Kees Koole, Dirk Boonstoppel (boer in de Biesbosch), Peter Kien, Theo Vrins, Folkert de Koning, Jan & Yvette Bartlema, de broers Weijhenke (rechts boven), Huibert Herklots (tussen hen), Boogaardt, Henk Baxmeier (tussen Schrader en Weijhenke), Jan Brunings, Anton Schrader en Hein Kaars Sijpestijn (rechts onder).