Meijer Marcus (Max) Meijers (engelandvaarder)

Vertrokken op 21 maart 1942

Max Meijers - Verraden voor 3.000 gulden

De Amsterdamse apotheker Meijer Marcus Meijers (28) is op 12 juli 1940 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd tot doctor in de wis- en natuurkunde. Zijn broer Bernard (26) wordt op 19 december 1941 doctor in de geneeskunde. Hun ouders waren tijdens de Duitse inval in Nederland met vakantie in het Belgische Knokke en hebben tijdig kunnen ontkomen naar de Verenigde Staten.

In december 1941 kunnen de broers Meijers ze met de Hongaarse juwelier Mikta Baum, ene John Goedhart, ene Jacob Rechters, warenhuischef Carl Zellermeyer en de Tsjechische hoogleraar J.L. Fischer mee naar Engeland. Wim Blomme, een ervaren loods, en Cees Grashoff, die stuurman is, gaan eveneens mee. Hun bootje ligt klaar in Simonshaven, bij het gemaal Den Biersum. Het is geleverd door de riviervisser Isaäc Bravenboer.

Voorwaarde is wel dat ze elk 3.000 gulden betalen; boot, motor en benzine - deels gestolen bij de Duitse Wehrmacht - kosten immers veel geld en ook moet er na hun vertrek worden gezorgd voor de achterblijvende gezinnen. Om aan dat bedrag te komen verkopen Max en Bernard onder meer de diamanten armband van hun moeder. Ook heeft Max geld verdiend met het fabriceren van een theesurrogaat. De datum van vertrek wordt vastgesteld: zaterdag 21 maart 1942.

Tegen het advies in van hun vriend Fr Spitz, die de onderneming te riskant vindt, zetten Max en Bernard door. Op de bewuste dag gaan ze met de trein naar Rotterdam. Spitz vergezelt hen en neemt in Rotterdam afscheid van de broers, die op de Avenue Concordia tegenover de kerk zullen worden opgepikt. Spitz blijft op enige afstand kijken wat er gebeurt. Hij ziet hoe een kleine grijze vrachtwagen van de Wehrmacht de broers oppikt. Achter het stuur zit de 38-jarige garagehouder/chauffeur Henk Luyendijk. De mannen weten niet dat Luyendijk voor de Duitsers werkt. Hij weet dat twee wagens van de Sicherheitspolizei achter hen aan rijden en voert zijn dubbelspel perfect uit. Tegenover de groep heeft hij verklaard dat hij fel anti-Duits is, bovendien heeft hij de benzine voor de boot geleverd. Daardoor vertrouwen de mannen en hun helpers hem volledig.

Zonder problemen komen ze de zwaarbewaakte brug bij Spijkenisse over. In een boerderij vlakbij het gemaal wachten ze de duisternis en de juiste waterstandhoogte en stroming af.

Plotseling zien ze Duitse soldaten op het huis afstormen. Allen worden gearresteerd en afgevoerd. Luyendijk wordt voor de vorm ook gearresteerd, maar even later - 3.000 gulden rijker - vrijgelaten.

De broers Max en Bernard Meijers, Mikta Baum, John Goedhart, Carl Zellermeyer en Jaap Rechters worden ter dood veroordeeld en op 15 augustus 1942 gefusilleerd. Blomme en Grashoff worden afgevoerd naar een concentratiekamp. Professor Fischer weet zich in een aardappelkist te verstoppen en ontkomt aan arrestatie. Hij overleeft de oorlog.

De machinist van het gemaal, Maarten de Graaff, sterft op 4 april 1944 in het conentratiekamp Natzweiler. Ook zijn echtgenote wordt opgepakt, na zes maanden gevangenis komt ze als een gebroken vrouw thuis. Bravenboer sterft op 13 april 1943 in Buchenwald en laat een gezin met zeven kinderen achter. In Simonshaven is een straat naar hem vernoemd.

Tegen Luyendijk wordt op 23 maart 1946 tijdens een proces de doodstraf uitgesproken. Koningin Wilhelmina zet deze straf een jaar later om in levenslange gevangenisstraf. Op 8 februari 1960 krijgt hij van koningin Juliana gratie, waarna hij op vrije voeten komt.