Personen A

 

Jab Akkebé (engelandvaarder)

Jab Akkebé - Op een vlot naar Zwitserland

Jab Akkebé wordt met 40 Nederlanders voor dwangarbeid naar Waldshut gestuurd, waar de Amsterdamsche Ballast Maatschappij (voorloper van Ballast Nedam) voor de Duitsers een waterkrachtcentrale moet bouwen. Hun opzichter is Rex Bomans, broer van Godfried Bomans. Waldshut ligt aan de noordoever van de Rijn, ten Oosten van Bazel. De rivier is daar 300 meter breed. Aan de zuidoever ligt Zwitserland.

Om de waterkant te verstevigen, moeten palen geheid worden. Hiervoor wordt een werkvlot gebouwd. Als het werk klaar is, krijgt Bomans opdracht de volgende dag het vlot te verwijderen. Hij waarschuwt enkele arbeiders, waarop twintig van hen die nacht het vlot gebruiken om met beddenplanken naar Zwitserland te peddelen.

De ontsnapte groep wordt 'De vlotters' genoemd en bestaat uit Jab Akkebé, Jan Beekman, Romuald Boelen, Charles Boissevain, Rex Bomans, Ket Bottelier, Rob Everard, Willem de Jong, Jurjen de Jong, Murk de Jong, Jan Kamphuys, Eus Klijn, Henk Knop, Kees van Looij, Dick van Mourik, Kees Ottolini, Willem van Pampus, Kees Surendonk, Henk Versteeg, Kees Vonk. In Waldshut zaten ook Theo Cocx en Hans Tempelman (1923), die met de Tsjech Zdenek Ceroy vergeefs probeerden met een roeibootje over te steken en voor straf naar Stuttgart werden gestuurd.